dinsdag 31 mei 2011

Pitabroodje met een heerlijke gehaktvulling: een leuke variant op de Amerikaanse "Sloppy Joe"!

De "Sloppy Joe" is een Amerikaans gerechtje van gehakt, uien, ketchup en wat kruiden tussen een typisch Amerikaans hamburgerbroodje... weinig groenten, veel vlees en - geef nu toe - dat broodje zelf kan je niet bepaald lekker noemen!  Deze versie is echter onvergetelijk lekker!  Minder vlees, wat meer groenten én een veel lekkerder broodje!  Het is één van de gerechtjes die ik met veel plezier van uit moeders keuken heb meegenomen en die nu als geregeld terugkerend lekkernijtje op het menu staan in mijn eigen gezinnetje!  Het is een snel te bereiden éénpansgerechtje en - geloof me - de vele verschillende smaakjes samen zorgen voor een fantastisch geslaagd geheel!


Dit heb je nodig:
(voor 3 à 4 personen)

- 500g gemengd gehakt (kalf-varken)
- 1 gesnipperde ui
- 1 tomaat, in blokjes gesneden (pellen mag, maar moet niet)
- 100g (diepvries)doperwtjes - je hoeft ze niet te ontdooien!
- 1 theelepeltje groentenbouillonpoeder of een stukje van een bouillonblokje
- 1 eetlepel (15 ml) worcestersaus (zie foto hieronder of google even indien je dit niet zou kennen, het is te koop in iedere gewone supermarkt)
- 125 ml tomatensaus of vloeibare tomatenpuree
- 1 eetlepel (15 ml) citroensap
- 1/2 à 1 theelepel (5 à 10 ml) mosterd
- 2 theelepels bruine suiker
- 1 eetlepel bloem
- olijfolie om in te bakken
- 4 pita- of kebabbroodjes
- beetje kropsla (voldoende om in elk broodje een bodempje te leggen)


Ik raad je aan om net zoals ik alle ingrediënten al op voorhand klaar te zetten.  Het afwegen en fijnsnijden kan je best nu al doen, zodat je achteraf alles gewoon maar te nemen hebt!

Dan verwarm je 2 eetlepels olie in een grote pan (liefst een pan met opstaande rand, waar veel in kan).  Wanneer de olie heet is, voeg je de gesnipperde ui toe en laat je deze op een matig vuur bakken / fruiten.  Zo komt de smaak van de ui het best tot z'n recht, zonder te sterk te domineren. 


Zien de uisnippers er "glazig" uit dan mag je het gehakt eraan toevoegen.  Dit laat je "rul" bakken: je werkt het gehakt van één geheel los tot kleine stukjes terwijl het verder bakt in de pan.  Dit doe je best met een spatel of een houten lepel of iets dergelijks.



Het gehakt hoeft nog niet helemaal doorbakken te zijn wanneer je er het bouillonpoeder bijvoegt of het bouilonblokje over versnippert.  Ook de worcestersaus, de tomatensaus, het citroensap, de mosterd en de bruine suiker mag je er nu doorroeren.  Verwarm het geheel 2 à 3 minuten op een zacht vuurtje en roer tussendoor af en toe even.



Dan voeg je er de tomaatblokjes en de erwtjes aan toe, waarna je het geheel weer 3 à 5 minuten op een zacht vuurtje laat sudderen in de open pan.  Zo ziet het er meteen heel wat aantrekkelijker uit met wat meer kleur!


Roer dan de eetlepel bloem even los in een half kopje (+/- 125 ml) water en giet het bekomen "papje" bij het mengsel om het geheel te binden.  Roer het er even voorzichtig door en laat het nog 3 à 5 minuten zacht doorkoken.


Ondertussen wordt het tijd om je pitabroodjes te bakken.  Ik doe dit steeds in de broodrooster omdat ik dan lekker krokante broodjes krijg (best heel even bevochtigen onder de kraan en dan in de broodrooster stoppen!), maar volgens de verpakking kan het ook in de oven of microgolfoven.

Het is nu ook hét moment om je sla te wassen en te drogen, indien dat nog niet gebeurd was.


Zijn je pitabroodjes klaar?  Dan snij je ze stuk voor stuk open, vul je ze met een bodempje sla en met een flinke schep gehaktvulling... Klaar!!!


Mmmm, dat wordt gegarandeerd smullen!

vrijdag 27 mei 2011

Cakeballetjes op een stokje: Cake Pops


Leuk versierde lollies maken uit cake... je moet maar op het idee komen!  En dat is exact wat een zekere Angie Dudley uit Amerika een tijd geleden deed.  Ondertussen is ze zowat wereldberoemd in de bakwereld onder haar pseudoniem "Bakerella" en haar "Cake Pops" zijn een ware hit geworden.  Nu ik me ondertussen al gewaagd had aan versierde cupcakes en macarons (nog zo twee "trendy" lekkernijtjes), kon ik het natuurlijk niet laten ook eens die intrigerende, mooie, schattige cakeballetjes te maken!


En eigenlijk... bleek het helemaal niet zo moeilijk of ingewikkeld dan wat ik dacht!  Je hebt er natuurlijk wel de nodige tijd en het nodige geduld bij nodig!

Ik heb ervoor gekozen eerst zelf een simpele cake te maken, maar uiteraard kan je ook een ander recept met eventueel een ander lekker smaakje gebruiken (b.v. chocolade- of amandelcake) en als je wil kan je zelfs gewoon een cake in de winkel kopen!

Voor de buitenkant gebruikte ik chocolade, maar ook hier kan je bijna eindeloos variëren.  Vaak worden er - vooral in Amerika - "candy melts" in allerlei exotische kleurtjes gebruikt om rond de balletjes te doen, en die zijn hier bij ons vast ook wel te vinden in gespecialiseerde winkeltjes, maar ik koos ervoor om het zo simpel mogelijk te houden.

De versiering kies je ook helemaal zelf: je kan zoals ik allerlei cake-decoratie gebruiken die je gewoon in de supermarkt kan vinden, maar je kan ook b.v. lijntjes trekken in een andere soort chocolade of je laat je helemaal gaan en maakt cake pops in allerlei leuke vormpjes die je dan ook nog eens beschildert (met eetbare verf uiteraard) en zo ontstaan er ware kunstwerkjes!  Google maar eens op "Cake Pops" - als je dat niet al eens gedaan hebt - en je staat versteld van de prachtige juweeltjes die je te zien krijgt!

Ik geef je in ieder geval hier een basisrecept.  Experimenteer er gerust nog verder op los!

Dit heb je nodig:
(voor +/- 25 cakeballetjes van 3 à 4 cm doorsnede)

voor de cake:
125g zelfrijzend bakmeel, gezeefd
125g boter
(bij voorkeur 110g GESMOLTEN ongezouten roomboter + 15g vloeibare bakboter)
125g fijne witte kristalsuiker
1 zakje (8g) vanillesuiker
2 eieren
2 à 3 eetlepels (= 30 à 45 ml) melk

voor de frosting (mengsel dat bij de cake moet om er balletjes van te kunnen maken):
65g boter
290g bloemsuiker (= poedersuiker), gezeefd
35 ml melk
1/2 theelepel vanille-extract
een snuifje zout

voor de decoratie:
chocolade naar keuze, +/- 400-450g (denk ik, heb het niet zo goed bijgehouden...)
cake-decoratie naar keuze

EXTRA: (kleine) cakevorm, lollystokjes (te koop bij een gespecialiseerde bakwinkel) of satéstokjes, stukje piepschuim om je stokjes in te prikken bij het drogen of enkele glaasjes om ze in te zetten













Eerst maak je de cake.  Hiervoor doe je gewoon alle ingrediënten behalve de melk in een kom en roer je deze goed door elkaar.  Een mixer heb je niet nodig, maar mag je natuurlijk wel gebruiken.  Tenslotte roer je ook nog de melk erbij en je cakebeslag is al klaar!  Kan het nog simpeler?  Ideaal beslag om je kinderen mee aan het werk te zetten dus!


Dan giet je het beslag in een beboterde (en eventueel met bloem bestrooide) bakvorm en bak je de cake af op ongeveer 20 minuten op 190°C.  Dit kan van oven tot oven een beetje verschillend zijn natuurlijk!  Als je een satéprikker in de cake stopt en deze komt er droog weer uit, dan is de cake klaar!


Haal hem uit de vorm en laat hem afkoelen.
Terwijl hij afkoelt, kan je al aan je "frosting" beginnen.  Dit is het mengsel dat je cake zal samenhouden om er balletjes van te kunnen rollen.  "Frosting" is tevens iets wat soms ter versiering rijkelijk bovenop een cupcake wordt gespoten.
Je kan het op verschillende manieren maken, maar ik koos voor een hele gemakkelijke (en doeltreffende!) bereidingswijze gebaseerd op een recept van Martha Steward.  Je doet gewoon alle ingrediënten voor de frosting samen in een kom en je mixt - eerst op lage snelheid en stilaan hoger - tot je een mooie luchtige crème hebt.  Zet hem eventjes opzij tijdens de volgende stap... Wil je de "frosting" wat langer bewaren, zet hem dan even in de koelkast.


Hoe mooi hij er misschien ook uitziet, toch breekt nu het moment aan om de cake - wanneer hij is afgekoeld - helemaal te verkruimelen!  Je kan dit met een vork doen of met een food processor of iets dergelijks, maar met je handen lukt het ook prima!!


Vervolgens voeg je de "frosting" toe en meng je deze er goed door.  Bij mij waren de hoeveelheden hierboven beschreven perfect om de juiste textuur te krijgen, maar van deeg tot deeg kan het natuurlijk wat verschillend zijn.  Voeg dus meer of minder frosting toe naargelang de samenstelling van je cakemengsel.  Het is de bedoeling dat je met het eindresultaat - dat er best nog "brokkelig" uitziet en zeker niet als een glad geheel ofzo - tussen je handpalmen balletjes kan draaien.  Ze moeten niet super stevig zijn, maar mogen ook niet zomaar uit elkaar vallen.  Wat ik deed om vrij stevige balletjes te krijgen, was een hoopje van het mengsel eerst tussen mijn handpalmen samendrukken zodat het al meteen een wat steviger geheel werd, en er dan geleidelijk aan balletjes van 3 à 4 cm doorsnede van draaien.


Ik legde de balletjes allemaal op elkaar in een doosje, maar wil je dat ze niet aan elkaar komen te kleven dan kan je ze natuurlijk nog beter los van elkaar ergens op leggen.  Hou er wel rekening mee dat het "compact" genoeg is om in je diepvriezer en/of koelkast te passen!

Wil je snel verderwerken, dan stop je nu best alle balletjes in de diepvriezer voor een kwartiertje.  Het is niet de bedoeling dat ze bevriezen, wel dat ze door de koude steviger worden.

Voor je ze bekleedt zet je ze best nog even in de koelkast, om te voorkomen dat je chocolade-omhulsel "uitslaat" (er lelijk uitziet) door de condens die van het deeg afkomt in combinatie met de extreme koude.

Wil je ze pas de volgende dag versieren, dan kan je ze ook gewoon een nachtje in de koelkast plaatsen (zonder ze eerst in de diepvriezer te zetten).
Terwijl de balletjes nog even in de koelkast staan, smelt je de chocolade.  Dit kan je op verschillende manieren doen.  Het best smelt je chocolade au bain marie; dan kan er zeker niets mislopen.  Hiervoor plaats je een warmtebestendige kom met de chocolade bovenop een kookpot gevuld met een bodempje water.  Dat water breng je aan de kook zodat de chocolade erboven langzaamaan smelt.  Wil je achteraf mooie glanzende chocolade, dan kan je best de kom al van het vuur halen voor alle chocolade is gesmolten en al roerend ervoor zorgen dat alle stukjes uiteindelijk smelten.


Je kan ook de chocolade rechtstreeks op het vuur smelten (blijf dan zeker roeren!) of in de microgolfoven.  De kans dat hij verbrandt is dan echter groter... Hoe meer suiker de chocolade bevat, hoe meer kans dat dit gebeurt, dus let zeker heel goed op met witte chocolade!!!

En dan wordt het tijd om je balletjes te versieren.

Je kan best de chocolade in een smal glaasje / bekertje gieten zodat je de balletjes er zeker goed kan in dompelen.  Als je b.v. een klein chocoladefondue-potje hebt, kan dit ook nuttig zijn want hoe warmer de chocolade blijft, hoe gemakkelijker je er in dit geval mee kan werken.

Vervolgens stop je eerst een lollystokje of satéprikker een klein eindje in de chocolade en prik je dit in een balletje, diep genoeg zodat het balletje er niet te gemakkelijk weer af kan vallen.


Het chocoladerandje dat nu ontstaat zorgt ervoor dat je stokje beter vastplakt in het balletje en vooral dat je nu al chocolade vlak bij het stokje hebt en dat je dus niet hoeft te knoeien om je chocolade zo meteen net tot aan het stokje te laten komen (en liefst ook niet te ver op het stokje...), als je begrijpt wat ik bedoel.

Dan doop je het balletje volledig verticaal in de gesmolten chocolade en draai je het voorzichtig wat zodanig dat het helemaal bedekt geraakt met chocolade.  Ga er zeker niet mee roeren want dan zou je balletje wel eens los kunnen komen!  Op mijn foto's hieronder zie je trouwens dat dit balletje een klein barstje vertoonde, maar met de chocolade erover is daar gelukkig niets meer van te merken!



Haal dan het balletje er ook verticaal weer uit en laat de overtollige chocolade eraf lekken.  Ik ondervond dat de beste manier hiervoor was om het stokje met je ene hand vast te houden en met je andere hand tegen dat hand te tikken.  Je kan ook rechtstreeks tegen het stokje tikken, maar bij mij raakte het balletje door de plotse bewegingen dan soms de rand van m'n glaasje.


Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik in het begin enkele balletjes in de chocolade ben verloren (van hun stokje gevallen...), maar dit was de eerste keer te wijten aan het feit dat ik het stokje niet diep genoeg had gestoken, dan was mijn chocolade niet lopend genoeg meer en bood hij wat weerstand, en tenslotte waren op de duur de balletjes niet meer hard (koud) genoeg.  Merk je dus dat het niet al te snel vooruit gaat, zet dan best een deel van je balletjes terug in de koelkast en warm indien nodig je chocolade even terug wat op.

Wanneer de chocolade nog niet is opgesteven, kan je je decoratie aanbrengen.


Tenslotte laat je de Cake Pops opstijven.  Daarbij kan je ze rechtop in een stukje piepschuim prikken (werkt vooral goed bij satéstokjes) of zet je ze in een glaasje.  Let wel op dat je glas hoog genoeg is zodat ze er niet weer uit kunnen tuimelen en let natuurlijk ook op dat de versierde balletjes elkaar niet raken.


Wanneer ze helemaal zijn opgesteven kan je ze opsmullen!!!  Je kan ze presenteren in een stukje piepschuim of in een glaasje zoals bij het drogen.  Als je piepschuim gebruikt, kan je dit natuurlijk eerst inpakken in b.v. aluminiumfolie of geschenkpapier voor een nog mooier resultaat!


Ik denk dat ik al weet wat er bij het volgende kinderfeestje hier op tafel zal staan! ...


Hebben jullie al ervaring met het maken / eten van Cake Pops?  Of hebben jullie misschien zin gekregen om het zelf eens te proberen?  Laat het me maar weten!

woensdag 25 mei 2011

Roze macarons met aardbei-chocoladevulling


Met vallen en opstaan maakte ik mijn tweede soort macarons... jaja, ik heb de smaak helemaal te pakken!  Bij de eerste poging hadden de macaronschelpen geen "voetje" én was de vulling te lopend.  Beide problemen heb ik kunnen oplossen, en ziehier mijn roze mooi gelukte aardbei-macarons:


Enne... ze waren niet alleen mooi, ze waren ook lekker!!!

Voor de dikte van de vulling heb ik gewoon de verhoudingen van uit het originele recept een beetje aangepast (met succes!) en de schelpen zonder voetje waren te wijten aan mijn multitasken (kinderen in 't oog houden, conversatie met echtgenoot proberen te voeren, keuken opruimen en ondertussen één van de cruciaalste stappen bij het macaron-maken uitvoeren... hmmm, het kon eigenlijk niet anders dan mislopen).  In de uitleg hieronder geef ik je dus meteen ook nog wat gedetailleerder mee hoe je het alvast NIET moet doen.  Uiteraard leg ik ook uit hoe je het dan wél moet doen!

Dit heb je nodig:(voor ongeveer 12 tot 15 macarons van 3-4 cm doorsnede)

- 100g amandelpoeder
- 100g poedersuiker (= bloemsuiker)
- 80g eiwit (van ongeveer 2 middelgrote eitjes)
- 100g fijne kristalsuiker
- rode kleurstof

voor de aardbei-chocoladevulling:
- 150g aardbeien
- 12,5g poedersuiker
- 120g witte chocolade (100g volgens het recept)
- 60g melkchocolade (50g volgens het recept)


EXTRA: zeefje, suiker- of vleesthermometer (al kan het ook wel zonder), spuitzak, bakpapier

Voor mijn uitleg i.v.m. de bereidingswijze ga ik wat stukken tekst en foto's overnemen van de vorige post (de macarons met chocoladevulling) want uiteraard zijn veel stappen identiek.  Hier en daar zal ik er nog wel wat meer tips bijzetten, nu ik toch al een beetje meer ervaring heb met het "macaron-maken"...

Meng om te beginnen het amandelpoeder met de poedersuiker.


Dit mengsel dien je minstens één keer te zeven.  Ik zeefde het zelfs twee keer.  Enkel zo kan je mooie gladde macaronschelpen bekomen.

I.v.m. het zeven leerde ik sinds m'n vorige blogpost nog wat bij: de grotere stukjes amandel die in de zeef achterblijven dien je NIET per sé door de zeef te drukken; je mag met b.v. met een lepel het poeder wat door de zeef "helpen" (lichtjes drukken/wrijven), maar de grootste brokken mag je gewoon verwijderen.  Dat liet ik me tenminste vertellen door één of andere patissier in een tv-programma.  Wat ik wel vreemd vond, is dat de verhouding amandel-suiker dan niet meer identiek blijft.  Ik heb dan maar een beetje op het gevoel wat extra amandelpoeder toegevoegd uiteindelijk.


Dit ging bij mij niet vlotjes door de zeef en heb ik dus niet toegevoegd:


En nu moet je even multitasken... (lees dus zeker ook even verder, want de volgende stap dien je samen met een andere stap uit te voeren)

Eerst breng je in een pannetje / kookpotje 37,5 ml water met 100g fijne suiker aan de kook.  Je dient deze siroop - zonder te roeren - te verhitten tot maximaal 115°C.  Ik gebruikte hierbij een vleesthermometer.  Eerst heb ik deze getest door hem in kokend water te stoppen.  Normaal moet hij dan sowieso 100°C aangeven... mijn thermometer ging echter slechts tot 70°C.  Erg betrouwbaar blijkt hij dus niet!!

In ieder geval, de juiste textuur van de siroop kan je ook zo herkennen: hij is tussen de 110°C en 115°C als een druppeltje siroop dat je tussen duim en wijsvinger neemt zich tot een draadje vormt wanneer je je vingers uit elkaar doet.  Let wel op: laat het eerst afkoelen in ijskoud water want kokende suiker is natuurlijk gloeiend heet!!!  Ter vergelijking: bij 105°C gaat de siroop koken en wordt hij transparant: hij loopt langzaam van een lepel af.  Indien hij dat doet, is hij dus nog niet ver genoeg verwarmd. 


Ik heb doe dit eigenlijk op het gevoel aangezien mijn thermometer dus niet perfect werkt... Dat lukt dus wel, maar ik schaf me toch liever binnenkort een goede suikerthermometer aan!  Ditmaal had ik minder geluk dan de vorige keren en was mijn siroop al snel "te ver".  Hij begon te verkleuren en dat is dus niet de bedoeling!

Is de siroop onvoldoende verhit, dan zakt het eiwitschuim dat je zo meteen maakt in en is de siroop te heet dan is hij te dik om door het schuim te worden opgenomen...  De juiste temperatuur is dus wel heel belangrijk!  Maar zoals gezegd, het is te doen zonder thermometer.

In ieder geval, multitasken zei ik dus... Terwijl je de siroop aan de kook brengt, dien je ook 40g eiwit (ongeveer van 1 eitje, maar je weegt het toch best even af!!) te kloppen met de mixer op lage snelheid.  Wanneer de temperatuur van de siroop boven de 105°C komt (wanneer hij kookt dus), zet je je mixer op de hoogste snelheid.

Is je siroop klaar (115°C), dan haal je hem meteen van het vuur en voeg je hem in een dunne straal bij het opgeklopte eiwit (extra handen zijn hierbij niet noodzakelijk, maar wel gemakkelijker... is er dus iemand in de buurt, vraag dan even om te helpen!).  Blijf ondertussen kloppen tot het mengsel wat is afgekoeld.  In het recept spreekt men over 10 minuten, maar ik heb het eerlijk gezegd minder lang geklopt.  Zorg wel dat het mengsel niet meer echt warm aanvoelt.


Vermeng dan het amandel-suikermengsel met het de resterende 40g (ongeklopt) eiwit.  Blijf dit mengen tot je een egale pasta bekomt.  

Wil je graag een kleurtje geven aan je macarons, dan is het nu het juiste moment!  Je hebt natuurlijk verschillende soorten kleurstoffen: er bestaan poedertjes, gels, vloeibare kleurstoffen en wie weet wat bestaat er nog allemaal!  Het geschikst voor macarons zijn de kleurstoffen in gelvorm.  Deze kan je gemakkelijk doseren en het beslag wordt er niet te vloeibaar van.  Gebruik je toch een vloeibare kleurstof, voeg dan héél weinig toe want anders zal het mislopen.  Deze zijn dus enkel geschikt voor heel lichte pastelkleurtjes, en dan nog kan je in dat geval beter een gel gebruiken.  Poeder mag ook, maar is moeilijker te doseren.  In de praktijk wordt het vooral gebruikt voor zeer felle kleuren.

Vloeibare kleurstoffen ben ik al in de gewone supermarkt tegengekomen, de andere soorten eigenlijk nog niet (of heb ik niet goed gekeken?).  Ik haalde mijn kleurstof in gelvorm in een gespecialiseerd "bakwinkeltje" in Antwerpen.  Zo zullen er in elke streek wel enkele te vinden zijn veronderstel ik. 


In tegenstelling tot de vloeibare kleurstoffen (de enige waar ik tot nu toe mee gewerkt had) heb je zéér weinig nodig voor een goed resultaat.  Het gemakkelijkst is dan ook om gewoon een tandenstokertje erin te dopen en op die manier een klein beetje gel te nemen.  Deze meng je dan met een spatel door de amandelpasta tot je de gewenste kleur bekomt.  Bedenk wel dat er daarna nog eiwit bijkomt, dus de uiteindelijke kleur wordt nog iets lichter.


Nu voeg je +/- 1/3 van het eiwitschuim / de meringue toe, dat je erdoor mengt met een spatel.  Zo wordt het mengsel al iets minder hard.
Voeg dan voorzichtig in twee keer de rest van de meringue toe.  Als je dit in twee keer doet, dan blijft het mengsel zo luchtig mogelijk (er moeten kleine luchtbelletjes in blijven; voorzichtig scheppen is dus veel beter dan snel roeren).
Hier ging ik dus in de fout bij mijn eerste poging van deze macarons: ik heb blijkbaar niet voorzichtig genoeg gemengd (je moet echt scheppen, héél voorzichtig, en zeker niet roeren) en daardoor kregen mijn macarons geen "voetjes".  Aan de smaak verandert dat natuurlijk niets, maar de échte macarons dienen deze voetjes wel te hebben...

Uiteindelijk krijg je dan zoiets:

Schep dan het beslag in een spuitzak met een niet getande spuitmond (van 8 mm volgens het recept, al was het bij mij wel iets groter)


Bekleed nu een bakplaat met bakpapier waarop je met behulp van b.v. een glaasje rondjes tekent van 3 cm doorsnede, met telkens +/- een centimeter tussenruimte.  Leg de potloodlijntjes wel aan de onderkant; door het bakpapier kan je moeiteloos doorkijken.  Om het papier vast te leggen op de bakplaat kan je in elke hoek van de plaat een heel klein beetje beslag leggen en daarin het papier vastdrukken.  Tracht het tekenen van de rondjes e.d. wel snel genoeg te doen, zodat er zich op je beslag nog geen "korstje" vormt ondertussen. (met een afgesloten spuitzak is die kans wel minder groot)  Uiteraard kan je deze voorbereiding ook al eerder doen.


Spuit dan bolletjes beslag ter grootte van ongeveer een walnoot in de rondjes.  Blijf een beetje van de randjes van de cirkels af; je deeg wordt meteen geleidelijk nog wat "platter" waardoor het de randen wel bereikt.  Tik even tegen de onderkant van de bakplaat zodat het beslag zich mooi verdeelt en laat de schelpen dan minstens 30 minuten bij kamertemperatuur drogen.  Als je er voorzichtig aankomt, en ze kleven niet aan je vingers dan is het goed.  Je ziet ook zo dat ze er "droger" uitzien.


Je oven verwarm je voor op 150°C.  Dan bak je de schelpen zo'n 14 minuten.  Dat is slechts een richtlijn natuurlijk... Ik weet b.v. dat mijn (oude) oven normaal iets meer tijd voor alles nodig heeft, dus bij mij werden het +/- 17 minuten.
Maak voor je de schelpen uit de oven haalt een werkvlak wat vochtig met koud water en schuif het bakpapier met de koekjes hierop.  Zo "schrikken" ze en laten ze gemakkelijker los.


Zo dient een onderkant er ongeveer uit te zien:


Ziet hij er zo uit dan hebben de macarons niet lang genoeg in de oven gestaan en mogen ze er nog even in:


Haal ze zeker voorzichtig van het bakpapier.  Zijn ze al een beetje afgekoeld, dan gaat het naar mijn gevoel vlotter.
Terwijl de schelpen in de oven staan, kan je de vulling bereiden.

Hiervoor was je de aardbeien en snijd je de steeltjes eraf.  Dan doe je ze samen met de poedersuiker in een maatbeker en pureer je ze met de staafmixer tot een coulis.


De chocolade doe je in kleine stukjes in een kom.


Dan verwarm je de aardbeiencoulis even in een pannetje op een halfhoog vuur, waarna je hem meteen door een zeefje bij de chocolade giet.


Al roerend laat je vervolgens de chocolade smelten.  Dit mengsel laat je even afkoelen en zet je daarna voor minstens een uur in de koelkast zodat het wat kan opstijven.


Dan schep je het aardbei-chocolademengsel in een spuitzak met een gekarteld mondje (8 mm zegt men in het recept, al maakt dat niet zoveel uit) en spuit je op de helft van de schelpen een aanzienlijk toefje.  Je kan best eerst de schelpen al wat sorteren trouwens, zodat je er zeker telkens twee hebt van ongeveer gelijk formaat.


Tenslotte druk je voorzichtig telkens de twee schelpen op elkaar... Klaar!!!

Je zet de macarons nu best nog minstens een uurtje in de koelkast.  Na een volledige nacht zouden ze optimaal zijn van smaak en structuur.

Je kan ze goed afgesloten zo'n 2 tot maximum 3 dagen bewaren in de koelkast of eventueel op een andere koele plek.  Al vond ik dat mijn vorige macarons na een dag al wel een beetje taaier waren... zo snel mogelijk opeten is dus eigenlijk de boodschap!!



Gebaseerd op het boek "Macarons, de geheimen van de patissier"
(dat ik uitleende bij de bibliotheek van Antwerpen)